Longread: Herinnering aan Mozes Rabbie, de oom waarnaar ik vernoemd ben

door Ejla Akker

Als klein kind heb ik, Elja Mosjé, geboren drie jaar na de oorlog, met mijn broertje vaak gelogeerd bij mijn opa en oma in hun huis aan het Junoplantsoen in Haarlem. Dan sliepen we op zolder. Daar lag een stapel boeken.  Die boeken en enkele foto’s waren de enige herinnering aan iemand die ik nooit heb gekend. Ze waren van mijn oom Mozes Rabbie, oftewel Moop  broer van mijn moeder. Moop is de enige uit het gezin Rabbie die de oorlog niet heeft overleefd, hij is door de Nazi’s vermoord in Auschwitz, samen met vele anderen.

Moop is geboren in Amsterdam (Plantage Doklaan)  op 22 maart 1917 als oudste zoon van Isaac Rabbie (overleden in 1969) en Catharina Kleerekoper (overleden 2 april 1922). Moop verloor zijn echte moeder dus toen hij net 5 jaar oud was. Hij had toen twee zusjes, mijn moeder Klara die amper drie was en baby Eva.  Mijn opa is al snel hertrouwd met Rika Polak en zij gingen in Zandvoort wonen.  Moop doet daar zijn Bar-Mitswa op 29 maart 1930 in de sjoel.  Rond 1930 verhuist het gezin Rabbie naar Haarlem.  Moop deed het goed op school. Hij bezocht het gymnasium van het Kennemer Lyceum en mocht als eerste van de familie gaan studeren.  Het werd geschiedenis en klassieke talen.

 

Zandvoort, jaren '20, met Moop rechts.

 

Het gezin was geassimileerd, het geloof speelde eigenlijk geen rol, maar Moop en zijn zussen gingen wel elke zondagochtend naar joodse les. Thuis werd er altijd veel over politiek gesproken, over de Spaanse Burgeroorlog en de joodse vluchtelingen uit Duitsland. Moop had zowel belangstelling voor het communisme (als tegenwicht tegen het opkomende fascisme) als voor het zionisme. Hij had als enig lid van het gezin ambities om te emigreren naar Palestina en is ook een tijd bestuurslid geweest van de Zionistische jeugdbeweging Macbi in Haarlem.

 

Haarlem, jaren '30 met Moop rechts

 

Zijn zuster tante Eef herinnert zich haar oudste broer als jonge jongen in een pofbroek. Hij was een rustige en geliefde persoonlijkheid. Als student ging hij eens met een tochtje mee en daar kwam hij ziek van terug TBC. Na een verblijf in het sanatorium in Hellendoorn kwam hij genezen terug. Als student zat hij in zijn eigen kamer rustig te lezen en als het raam open stond riepen de buurkindertjes: Meneer Roerits (voor de buitenwereld was hij Maurits).

De Duitse bezetting en de deportatie van de Joden veranderde hun leven totaal.  Waar moesten ze naar toe? De familie Rabbie is relatief vroeg ondergedoken, al voordat alle Haarlemse Joden het bevel kregen om zich in Amsterdam te vestigen. Moop (die vele connecties had) zorgde voor een onderduikadres  voor zichzelf en zijn ouders in de boswachterswoning van de familie Burink in Drienen bij Enschede. Moop kreeg van het verzet een vals persoonsbewijs en ging vanaf dat moment door het leven als ene Van den Berg. In Enschede was Moop nog een tijdje werkzaam als leraar aan het Joods Lyceum. Vanaf de zomer van 1943 werd ook dat onmogelijk gemaakt door de bezetter; een groot aantal leerlingen was toen al op transport gezet. Vanaf die periode kon Moop de woning van de familie Burink niet meer verlaten. Hij had als het ware huisarrest samen met zijn ouders en wist zich geen raad hoe de tijd door te komen. Voor Moop was het lezen van boeken nog het enige tijdverdrijf, en iemand uit het verzet haalde boeken voor hem bij de bibliotheek. De arrestatie van deze verzetsman is Moop noodlottig geworden. De verzetsman werd verdacht betrokken te zijn geweest bij een bankoverval en bleek het adres van een zekere Van den Berg in zijn bezit te hebben. De politie vermoedde dat het hier ging over een bankovervaller met wapens en valse papieren.

 

Moop (helemaal rechts) tijdens de onderduik in Enschedé.

 

Moop Rabbie werd in september 1943 door twee  Nederlandse politieagenten  in de keuken van zijn onderduikadres gearresteerd. Moop vluchtte  door de achterdeur naar buiten, moet terug naar het huis omdat hij geraakt is door een schot. Pas dan komt de politie er achter dat het adres dat gevonden is bij de verzetsman van een Jood is. Als hij niet geraakt was geweest, had hij waarschijnlijk kunnen ontkomen. Na zijn arrestatie werd Moop naar Westerbork gebracht en vandaar rechtstreeks op transport gezet naar Auschwitz. Tijdens de aanhouding en het neerschieten van Moop lagen mijn opa en oma, zijn ouders muisstil onder het bed.  Zij hebben alles gehoord maar moesten zich stil houden.  De politie heeft kennelijk ook niet naar hen gezocht. Zij hebben dankzij de familie Burink de oorlog overleefd. De spullen van Moop, vooral studieboeken stonden na de bevrijding nog bij de familie Burink in Enschede. Toen mijn opa met een doos vol spullen van Moop uit Enschede thuis kwam, voelde dat aan als een begrafenis van Moop. Moop is niet ouder dan 27 jaar geworden, hij stierf op 31 maart 1944 in Auschwitz.

 

Bekijk dit artikel ook op joodsmonument.nl

All rights reserved