Terugblik Amsterdam 2016

Foto: Arjen Poortman

Op 4 en 5 mei 2016 organiseerden het Joods Cultureel Kwartier en het Amsterdams 4 en 5 mei Comité voor de vierde keer het dubbelprogramma Open Joodse Huizen - Huizen van Verzet.
Op 37 locaties werd herdacht met 66 verschillende programma's. De dagen trokken 2922 bezoekers.

Hier vindt u twee verslagen van de bijeenkomsten aan de Linneausparkweg 25 en aan de Retiefstraat 25. Deze pagina zal worden aangevuld met foto's.

Linneausparkweg 25, Amsterdam
Liquidatie van een Jodenjager

Het is druk in de woonkamer van het huis aan de Linneausparkweg 25,
er zijn te weinig stoelen en bijna iedereen moet staan. De oudere
bezoekers mogen plaatsnemen aan de eettafel waar de
buurtgeschiedenis meteen voor levendige theekransjes zorgt.
Historicus Ad van Liempt zit aan het hoofd van de tafel en kijkt
rond. "Wie gaat mij vandaag een nieuw verhaal vertellen?" zie je hem
denken. Hij haalt adem en zegt: "We zitten hier op de plek waar een
van de grootste oorlogsmisdadigers van Nederland werd geliquideerd."
Iedereen is stil.

8 december 1944 09.00, Wim Henneicke verlaat zijn woning aan de
Linneausparkweg 79 en stapt op de fiets. Hij groet zijn buurjongetje
Wim Vlaanderen en rijdt richting de Hogeweg. Even later, ter
hoogte van nummer 25 klinken een paar schoten uit een portiek.
Henneicke valt neer en de dader maakt zich uit de voeten. Vlaanderen zag het als kleuter allemaal gebeuren en vertelt het
verhaal nu, tweeënzeventig jaar later alsof het gisteren was. "Hij
sprak zijn laatste woorden dus tegen mij," zegt hij bijna lachend.

Heinnecke die zich de maanden voor dit incident heimelijk bij een
verzetsgroep had proberen aan te sluiten, werd gestraft voor zijn
werkelijke carriere in de jaren veertig: die van Jodenjager. De
statenloze Heinnecke had na een bestaan als snorder,
stofzuigerverkoper en vooral steuntrekker eindelijk goed betalend
werk gevonden. Bij de steun hadden ze hem verteld dat er voor mensen
met NSB sympathieën veel werk was en zo belandde Henneicke al snel
bij de Hausradferfassungsrad, een organisatie die zich bezig hield
met het inventariseren van Joodse woningen en hun huisraad.

Door zijn nieuwe baan wist Henneicke vrij snel de woning van de
joodse familie Nol te bemachtigen. "De familie Henneicke was een wat
vreemde verschijning in de Watergraafsmeer want ze spraken plat
Amsterdams," vertelt het voormalige buurjongetje Wim.
"Dat was echt niet normaal in onze koude kakbuurt."

Toen Henneicke erachter kwam dat je per aangegeven Jood zeven gulden
vijftig kon krijgen, begon hij al snel naar onderduikers te speuren.
"Al snel heeft hij een hele colonne onder zich die in een half jaar
acht tot negen duizend Joden arresteerde," vertelt van Liempt. "Dat
is bijna tien procent van het totaal aantal gedeporteerden in
Nederland."

Henneicke was meedogenloos. "Hij bleef mijn ouders steeds vragen of
ze iets gehoord hadden over hun oude buren de familie Nol,"
herinnert Vlaanderen zich. "Mijn moeder riep dan altijd dat dit
hem niets aanging en dat de familie Nol uit vriendelijke mensen
waren."

Van Liempt schreef een boek over de jodenjagers en de oorlog liet
ook Vlaanderen nooit meer los. Zelfs de huidige bewoners van
nummer 79 hebben zich in de oorlogsgeschiedenis van hun huis
verdiept.

Aan tafel ontstaat een levendige discussie over de details van deze
geschiedenis. Was de familie Nol wel of juist niet onder gedoken? De
huidige bewoners blijken contact te hebben met een zoon Nol die er
volgens Vlaanderen helemaal niet was. Historicus van Liempt
volgt geconcentreerd het debat. Soms biedt hij uitkomst door data te
noemen of nuances aan te brengen.

"Sommige verhalen zijn zo moeilijk met elkaar te verenigen," zegt de
historicus tot slot. Ontbrekende informatie, steeds minder
overlevenden en verschillende interpretaties. Het speelt ons
allemaal parten maar de fascinatie blijft. En dan vertrekt het
gezelschap naar het huis waar de familie Nol en daarna Henneicke
woonde. Ze mogen van de huidige eigenaar een kijkje nemen.

Retiefstraat 25, Amsterdam
Stolpelsteinen voor een dichte deur

Sylvia Veffer-Polak geeft in een kleine woonkeuken aan de Retiefstraat
iedereen een hand. Het is alsof we bij haar thuis te gast
zijn. Ze woonde hier nooit maar het voelt toch een beetje als thuis.
"Mijn vader Harry Polak woonde hiernaast. Hij keerde als enige terug
uit de kampen," vertelt Veffer-Polak. "Hij vertelde maar weinig over de
oorlog. Er was alleen een verhaal over een kistje sieraden dat ze in
de tuin hadden begraven."

Dat kistje had Harry daar met zijn vader begraven. En na de
oorlog wilde hij het gaan halen. Hij belde aan bij zijn oude huis
waar een vrouw open deed, hij mocht even kijken maar mocht pas
graven als de man des huizes thuis was. Toen hij dat deed, was de
tuin al omgespit en kon hij het kistje niet vinden. "Ik denk dat de
toenmalige bewoners het gevonden hadden," zegt Polak terwijl ze
betekenisvol het publiek aankijkt.

Na de dood van haar vader in 2007 begon Polak te zoeken naar meer
verhalen. Die zoektocht kreeg in 2008 een impuls toen er een
transcriptie van zijn verhaal bij de Vrije Universiteit bleek te
liggen. Ze vertelt over zijn levensloop in de oorlogsjaren, hoe Harry
Polak door een combinatie van geluk, diefstal en vaardigheid als
behanger-stoffeerder een schier eindeloze reeks werkkampen wist te
overleven.

Na een lange tocht keerde hij weer terug in Amsterdam. "Op het
station wachtte niemand op hem," vertelt de dochter. "Een man aan
een tafeltje registreerde iedereen die aankwam en daarna mochten ze
wat uitzoeken uit een hoop kleren vol luizen."

De schofterige manier waarop de mensen die in kampen hadden gezeten
behandeld werden, schokt ook nu de aanwezigen in huiskamer. Dat
mensen na al dat leed nergens op hoefde te rekenen. Het is haast
onvoorstelbaar. Gelukkig had de familie van Harry Polak een aantal
spullen bij een kennis op de Overtoom onder gebracht. Die spullen
kwamen terug, maar niet het kistje met sieraden.

"Ik hoop er ooit nog iets van terug te vinden ook al is het alleen
het kistje maar..." zegt Polak. Net zoals ze zo graag een keer
binnen in het huis van haar voorouders zou willen kijken. "Maar die
deur blijft dicht ook na vele keren aanbellen."

Door: Pieter-Bas van Wiechen