Terugblik Hoorn 2016

Hoorn organiseerde dit jaar voor het eerst Open Joodse Huizen. De belangstelling was enorm en het aantal bezoekers ver boven verwachting: succesvolle eerste editie in Hoorn dus.
In totaal waren er ongeveer 500 bezoekers aanwezig, verdeeld over zeven locaties en acht bijeenkomsten.

De reacties van de bezoekers waren overwegend positief. Hier volgt een reactie van een van de bezoekers die precies weergeeft wat het idee van Open Joodse Huizen is.

"Ik heb er vier bezocht; indrukwekkend:
- de bezoekers; toeloop tussen de 50 en 90, ook kinderen
- de verhalen, inhoudelijk: veel nieuws opgestoken
- de presentatie: spontane en interactieve 'oral history’
- overlevenden en nabestaanden; hun indringende inbreng
- ervaringen van anderen; rijke aanvulling van de achtergrond
- ontdekkingen ter plekke; de geschiedenis ontvouwt zich waar je bij staat.

Dit is 'gedenken’ met een nieuwe dimensie"

Impressie Open Joodse Huizendag, Tweeboomlaam 74 – Marijn Nijssen

De zon schijnt welig door de Tweeboomlaan op woensdagmiddag 4 mei. Niet zomaar een straat, zo blijkt even later. Een straat vol moedige Horinezen.
We zijn te gast bij Loek Jorritsma die woonachtig is in het voormalige huis van onderwijzer Abraham van den Berge. Langzaam stroom de woonkamer vol. “Heb je ooit zoveel mensen in huis gehad Loek?” vraagt een vrouw vol verbazing. Zo’n 50 bezoekers zijn muisstil als Judith Cohen het woord neemt. Het huis waarin we staan was in de tweede wereldoorlog het onderduikadres van haar oom en tante Nathan en Elly Smit. Zij werden liefdevol opgevangen door de familie van den Berge.
In 1943 werd het tweetal onderduikers uitgebreid met de baby van de familie Themans, die in het geheim geboren werd in het ziekenhuis. Zijn roepnaam luidde Loekie. Nathan was dusdanig enthousiast dat hij wat later een brief schreef naar familie in Rotterdam om te vertellen dat er nu ook een baby bij hen ondergedoken zat. Om onbegrijpelijke reden schreef hij ook het onderduikadres op de brief. De brief werd door de Duitsers onderschept en het noodlot op de Tweeboomlaan sloeg toe. Niet alleen werden de onderduikers opgepakt en afgevoerd, ook de alom geliefde Abraham van den Berge werd opgepakt. Baby Loekie werd achtergelaten bij mevrouw van den Berge.
Marja van den Berge, de dochter van Abraham, die ook in de kamer aanwezig is vertelt dat dat de laatste keer is dat ze haar vader heeft gezien. Er werd niks meer van hem vernomen en uiteindelijk bleek dat hij in Buchenwald op 7 maart 1945 om het leven is gekomen.
Judith gaat verder met haar eigen verhaal. Zij werd geboren als kind van twee joodse ouders midden in de oorlog, terwijl haar ouders ondergedoken zaten op de Tweeboomlaan net als vele andere Joodse gezinnen. Wonderwel is de familie niks overkomen en had zij na de oorlog haar twee ouders en al haar opa’s en oma’s nog, iets wat weinig Joodse gezinnen kunnen vertellen.
Er zijn nog veel levendige herinneringen van het onderduiken ten tijde van de tweede wereldoorlog. Ofschoon het gevaarlijk was voor onderduikers om buiten te komen werd dit toch af en toe gedaan. Zo kon je ’s avonds, mits je voorzichtig was, best een wandeling maken in de fruittuinen tussen de Tweeboomlaan en de Drieboomlaan, zo weet een man die woonachtig is op de Drieboomlaan te vertellen. Zijn ouders hebben veel betekend voor de familie van Judith door middel van bonnen, voedsel etc.
Dan komt een man aan het woord die op de HBS medestudent blijkt te zijn geweest van Herman van den Berge, een van de twee zoons van Abraham van den Berge. Hij vertelt dat het met veel meer onderduikers op de Tweeboomlaan slecht had kunnen aflopen. Verderop in de straat woonde een ‘slechte’ politieagent. Indertijd kon je met het verklikken van onderduikers f 7,50 per hoofd verdienen. Ondanks dat deze agent wist wat er speelde op de Tweeboomlaan heeft hij al die tijd toch zijn mond gehouden.
Er volgt een vraag uit het publiek: “hoe is het eigenlijk afgelopen met de baby Loekie?”. Judith weet het niet precies, en uit een andere hoek van de kamer wordt de tuin in geschreeuwd: “Jaap! Ze hebben je nodig!”. Jaap Laan komt vanuit de tuin door de schuifpuien de kamer ingelopen. Jaap was 8 toen op een winteravond in februari werd aangebeld bij zijn huis in de Goorn. Twee vrouwen kwamen een pakketje langsbrengen. Voor Jaap er erg in had waren ze verdwenen. Weer binnen werd het pakketje opengemaakt en viel ieders mond open van verbazing: een kleine baby zat verborgen in het pakket. Plotsklaps had Jaap er een broertje bij. En dat was prima. Hij had dan wel zwart haar, maar dat was normaal in Brabant zo hadden zijn ouders verteld, die hem voor hadden doen komen dat het een neefje van hem betrof. Jaap vertelt dat het goed gaat met Loekie. Hij woont in Israël en ze hebben regelmatig contact. Hans Themans, die eerder op de Grote Oost 6 zijn eigen onderduikverhaal heeft gedeeld, kan dit bevestigen en gaat nog regelmatig bij Loekie op bezoek.
Terwijl Marja van den Berge met Hans Themans in gesprek gaat, ontstaan her en der losse gesprekken. “Heb jij die en die nog gekend?” “Hoe is het afgelopen met je-weet-wel?” Er zijn zoveel herinneringen die gedeeld willen worden. Helaas is de drie kwartier daarvoor te kort. Eddy Boom van het organiserend comité sluit de middag af. Langzaam verlaten de gasten het huis van Loek Jorritsma en lopen de Tweeboomlaan op, waar de zon nog immer zijn best doet. Laten we hopen dat de herinneringen in de Tweeboomlaan nog lang zullen worden naverteld: opdat we niet vergeten.