Terugblik Rotterdam 2016

Open Joodse Huizen - Huizen van de Razzia Rotterdam 2016

Op 4 en 5 mei 2016 organiseerde St Loods 24 en Joods Kindermonument in samenwerking met Verhalenhuis Belvédère en het JCK, het dubbelprogramma Open Joodse Huizen - Huizen van de Razzia. Tijdens 46 bijeenkomsten op 24 locaties, vertelden Rotterdammers persoonlijke verhalen over vervolging, onderduik, tewerkstelling, verzet, bevrijding en verlies. Terwijl het de derde keer was dat Open Joodse Huizen in Rotterdam werd georganiseerd, was het de eerste maal dat ook werd verhaald over de grootschalige razzia van 10 en 11 november 1944, waarbij meer dan 50.000 Rotterdamse mannen tussen 17 en 40 jaar oud werden weggevoerd. Het programma trok 1621 bezoekers.

Hier volgt een verslag van de bijeenkomsten in Café Stroop en in de Graaf Florisstraat.

Razzia-verhalen in Café Stroop, Mathenesserweg 21B

Op 5 mei staat Café Stroop op de Mathenesserweg in het teken van de Razzia van Rotterdam van 1944, waarbij in twee dagen tijd meer dan 50.000 jongens en mannen werden weggevoerd naar Duitsland. Herman Snel en Wim Missel waren allebei 17 jaar oud toen ze op 10 november werden opgepakt. Ze vertellen hun verhaal in café Stroop, precies gelegen tussen de Bruinstraat en Mathenesserdijk waar Herman en Wim samen met hun familie woonden tijdens de oorlog.

Herman Snel

Het is nog rustig in Stroop als Herman Snel zijn verhaal begint. Voor hem uitgestald op tafel liggen oude papieren. Herman weet nog goed dat hij zelf geen oproepbevel in de brievenbus kreeg, maar de rest van de buurt wel. Omdat hij niet alleen wil achterblijven en onder druk van de buren, besluit hij op eigen houtje naar de verzamelplaats op het Marconiplein te gaan om zich te melden. De mitrailleurs die daar staan opgesteld maken een diepe indruk op hem. Net als de mannen die, als ze op transport worden gezet in veewagons, voor de deur gaan staan en roepen dat de wagon al vol zit. Zo komt Herman niet in een overvolle wagon terecht.

Herman vertelt hoe hij samen met zijn vriend Douwe, die hij ‘Paddel’ noemt, terecht komt in Hamm, Duitsland. Hier worden ze tewerkgesteld bij de Duitse spoorwegen. Douwe is degene die tijdens de kerstdagen het initiatief neemt om te vluchten. Herman wil in eerste instantie niet, maar besluit toch mee te gaan: “Ik was zelf niet dapper. Ik vluchtte alleen omdat Douwe dat deed.” Het publiek vindt het een verademing dat hij juist dit benadrukt: Niet de held uithangen, maar het verhaal vertellen van een gewone jongen.

Herman heeft iets bijzonders meegenomen. De oude papieren op tafel blijken briefjes te zijn, gericht aan zijn familie, die hij tijdens de treinreis uit het raam heeft gegooid. Hoe die terecht zijn gekomen bij zijn ouders weet hij niet, maar dat het is gelukt is zeker: “Anders zou ik ze nu niet hier hebben.” Op de achterkant van de brieven staan symbolen gekrast; sporen van het spelletje dat Douwe en hij uit verveling deden. Herman geeft de brief aan iemand uit het publiek om voor te lezen; “Lieve papa en mama” begint het. Het zijn de woorden van een jongen die poogt te beschrijven wat er allemaal om hem heen gebeurt, terwijl hij geen flauw idee heeft wat er staat te gebeuren.

De woorden van deze jongen raken het publiek diep. Achteraf blijkt dat de opa van de voorlezer ook is meegevoerd tijdens de grote Razzia van Rotterdam uit 1944. Zij heeft het er alleen nooit met hem over kunnen hebben.

Wim Missel

Na de intieme bijeenkomst met Herman Snel stroomt Stroop vol. Wim Missel, die hoopt dat er ook nog “een paar anderen komen naast zijn familie”, mag zijn persoonlijke verhaal vertellen aan een publiek van maar liefst 40 man. En dit publiek hangt ruim een uur aan zijn lippen.

Als hij op 10 november in zijn huis aan de Mathenesserdijk het bevel tot melden van de Duitse bezetter ontvangt, besluit hij hier niet gelijk op te reageren. Samen met zijn buren heeft hij het plan om vanaf de oude begraafplaats achter zijn huis naar de overkant van de Schie te zwemmen, waar het nog rustig lijkt te zijn. Al snel blijkt het ook daar te krioelen van de Duitsers. Ze besluiten zich toch ook maar te melden op het Marconiplein; mét zwempak onder de kleren.

Wim weet nog uitzonderlijk veel details en vertelt hoe hij uiteindelijk per trein, onder zeer erbarmelijke omstandigheden, terecht komt in het SS-kamp van concentratiekamp Dachau. Na hier een tijdje gewerkt te hebben, wordt hij tewerkgesteld in München. Hier moet hij, onder leiding van een oude SS-officier, samen met Poolse krijgsgevangenen hout en andere bruikbare materialen verzamelen uit het puin van de stad. De stad ligt in puin door de honderden bombardementen van de geallieerden. Tijdens deze bombardementen leert Wim van de Polen hoe je het beste kunt schuilen in de riolen; met houten planken om droog te blijven en stompjes kaars uit kerken om iets te kunnen zien.

Na maandenlang zwaar werk verrichtten in uitzonderlijke kou en op rantsoen, volgt de bevrijding. Wim weet nog goed dat hij voor het eerst een Amerikaan zag. Verder betekende de bevrijding vooral chaos en plunderingen. Na een tijdje afgewacht te hebben besluit hij om aan de terugreis te beginnen. De reis naar Nederland is lang en terugkomen in Rotterdam is bijna onmogelijk doordat het Westen in quarantaine ligt. Maar het lukt Wim toch. Na maanden lang te zijn weggeweest valt het hem zwaar het gewone leven weer op te pakken: “toen moest ik weer leren om kind te zijn”.

Door Valerie Verkerke (projectmedewerker)

Onderduik in eigen huis

Het is maar goed dat de vrijwilligers vroeg zijn gekomen en de koffie op tijd klaarstaat in het clubhuis van de Graaf Florisstraat; ruim voor de eerste bijeenkomst begint dienen de eerste bezoekers zich aan. Maar liefst drie keer verhaalt Annelies van Mechelen deze dag over haar grootouders, moeder en oom, die ondergedoken zaten in hun ‘eigen’ huis. Het publiek, onder wie verschillende huidige bewoners van de straat, luisteren aandachtig naar haar indrukwekkende en soms ook aandoenlijke verhalen over het oorlogsleven, zoals het verliefd worden van haar ouders, die elkaar leerden kennen tijdens de onderduik een paar panden verderop.

Het gezin Rosenthal woonde voor het bombardement van Rotterdam aan de Botersloot. Nadat hun huis volledig gebombardeerd was, vertrok het gezin naar een bovenverdieping op de Graaf Florisstraat 33B.

Op 31 december 1942 sloeg het noodlot toe. Duitse soldaten kwamen de Joodse gezinnen die woonden op de Graaf Florisstraat weghalen. De leden van het gezin Rosenthal stonden echter nog geregistreerd op de Botersloot, waardoor het gezin niet mee hoefde. Zelfs niet nadat buurtbewoners de Duitsers erop wezen dat er nog een Joods gezin verbleef op de bovenverdieping van Graaf Florisstraat 33B.

Annelies heeft de weinig bewaarde foto’s van vroeger meegenomen. Vanwege het bombardement en de verwoesting van het oude huis op de Botersloot, zijn dit de enige foto’s die nog bestaan. Tijdens het vertellen laat Annelies ze rondgaan, wat de mensen over wie ze vertelt tot leven doet komen. Vervolgens lopen Annelies en de bezoekers nog langs het oude huis van het gezin Rosenthal en langs de vele Stolpersteine in de Graaf Florisstraat. Een indrukwekkende aanvulling op een bijzonder verhaal.

Door: Kim Oskam (projectleider)

Media