Julianaweg 321

4 mei 2017

13.00 en 15.00

Het Nationaal Monument Kamp Vught heeft een bijzondere schenking in haar bezit: de schoenmakerskist van Julius Gold. Willie van Cooten-Steenaart schonk de kist én een bijzonder verhaal aan Vught. Willy Steenaart wordt geboren op de Prinses Julianaweg 341 te Jutphaas. In de straat van de familie Steenaart (tien huizen terug, op nr 321) woont de familie Davidsohn. Daar wonen vermoedelijk ook Julius en hun zoon Lothar want Julius is getrouwd met Gerda Gold-Davidsohn.

Als Julius Gold in 1943 naar Kamp Vught moet laat hij zijn schoenmakerskist achter bij de familie Steenaart. Hij zegt tegen de kleine Willie, die dan een baby van ongeveer 3 maanden is, dat hij voor haar schoentjes zal maken als hij terugkomt. Hij is nooit meer teruggekomen. De familie Steenaart wist niet waar hun overburen om het leven gekomen zijn.
De ouders van Willy hebben de kist altijd zorgvuldig bewaard, het gereedschap is nooit gebruikt. De kist heeft altijd op zolder gestaan en Willie is met het verhaal over “haar” schoentjes en de kist opgegroeid. Als zij trouwt krijgt zij de kist van haar ouders mee.

Wanneer zij in maart 2010 een rondleiding volgt in het Nationaal Monument Kamp Vught hoort zij over het kindertransport vanuit Kamp Vught (6 en 7 juni 1943) en op het monument voor de Kindertransporten ziet zij voor het eerst de naam Lothar Gold terug. Lothar was de zoon van Julius en Gerda Gold-Davidsohn. Lothar is vanuit Vught naar Sobibor op transport gegaan en daar op 11 juni 1943 vermoord. Ook zijn moeder is vermoord op 11 juni 1943 in Sobibor, dit wijst erop dat zij met Lothar met de kindertransporten vanuit Vught naar Sobibor is gegaan.  

Saskia Derks, schrijver van levensverhalen, vertelt over Julius Gold en zijn gezin. 

Lothar Gold met zijn ouders

De schoenmakerskist van Julius Gold. Foto van kist: Diederik Schiebergen/ Nationaal Comité 4 en 5 mei.

Prinses Julianaweg, ca. 1940. Foto Het Utrechts Archief

Alle rechten voorbehouden

Utrecht 2018