Lorentzkade 16a, Leiden

4 mei 2019

Pastorie Sint-Petruskerk
12.00 uur en 16.00 uur

12.00 uur

Elvira Sanders-Platz woonde dichtbij de parochie, op Lorentzkade 8. Ondanks haar huwelijk met een katholieke man werd ze in augustus 1942 opgepakt en in Auschwitz vermoord. Nitha van Oosten-Neuwahl haalt herinneringen aan haar grootmoeder op.

---

Nitha van Oosten-Neuwahl komt op 4 mei in de pastorie van de Sint Petruskerk vertellen over haar grootmoeder. In de kerk is een plaquette aanwezig die doet herinneren aan Elvira Sanders-Platz.

Elvira Platz werd op 15 september 1891 geboren in Keulen. Ze verhuisde naar Leiden waar ze de katholieke jongen Xaverius Sanders leerde kennen. Elvira liet zich in 1918 dopen, waardoor ze later dat jaar met hem kon trouwen. In 1939 overleed Xaverius, die jarenlang directeur was geweest van de zeepfabriek aan het Levendaal en zeven jaar lid was van de gemeenteraad. Elvira, die eveneens zich hartstochtelijk inzette voor onder andere de parochie en het ziekentriduüm, ging samen met haar dochter wonen op de Lorentzkade 8.

Door de gedetailleerde registratie van de Duitsers in Nederland, wisten ze van joden die katholiek waren geworden. Katholiek geworden joden werden in de eerste jaren van de oorlog ontzien bij het systematisch oppakken. Dit veranderde op 26 juli 1942; Nederlandse kerkgenootschappen, waaronder de rooms-katholieke kerk hadden via een telegram aan de Duitsers geprotesteerd tegen de verscherping van de Jodenvervolging. Deze telegram, tezamen met een Herderlijke Brief, werden voorgelezen in de mis. In de brief stond geschreven: “Wij beleven een tijd van grooten nood, geestelijk en stoffelijk beide. Daarbij dringen zich in den laatsten tijd bepaaldelijk twee nooden naar voren: de nood der Joden en de nood van hen, die buitenlands worden tewerkgesteld.”

Deze brief zette kwaad bloed bij de Duitsers en zorgde voor een grootschalige wraak actie. Zes dagen na het voorlezen van de brief werden katholieke joden, waaronder Elvira, opgepakt. Via Amersfoort en Westerbork werd zij naar Auschwitz gedeporteerd. Een aantal dagen later werd zij vermoord in een gaskamer. Dochter Anna overleefd de oorlog.

Bronnen:

 
16.00 uur
Arthur van Kleeff herdenkt zijn familie die tijdens de oorlog op Lorentzkade 4 woonde. Na zijn vlucht uit Berlijn in 1938 beheert Meijer van Kleeff de bioscoop Lido. Zijn neef Nathan Kornalijnslijper zit ondergedoken bij Meijers buurman Johannes Witte op Lorentzkade 1. Beiden worden op 16 augustus 1943 verraden. Kort daarna wordt ook Meijer opgepakt. Meijer en Nathan komen om in Auschwitz.

---

In de pastorie herdenkt Arthur van Kleeff zijn familie die tijdens de oorlog op Lorentzkade 4 woonde. Voor Lorentzkade 4 ligt een Stolpersteine die de de herinnering aan zijn opa in leven houdt.

Na zijn vlucht uit Berlijn in 1938 beheert Meijer van Kleeff de bioscoop Lido. Nadat in augustus 1941 zijn bedrijf Molian onder een Verwalter was geplaatst werd het met ingang van 3 februari 1943 geliquideerd. De bioscoop bleef bestaan.

Als de Duitsers Nederland bezetten blijft hij in eerste instantie buiten schot omdat hij gemengd gehuwd was met een Duitse vrouw. Zijn neef Nathan Kornalijnslijper zit ondergedoken bij Meijer’s buurman Johannes Witte op Lorentzkade 1. Beiden worden op 16 augustus 1943 verraden. Kort daarna wordt ook Meijer van Kleeff opgepakt. Het verhaal gaat dat Meijer van Kleef een nacht in de biechtstoel van de Petruskerk in Leiden ondergedoken zat. Hij wordt wordt Meijer echter op 17 augustus aan het eind van de middag thuis gearresteerd en ingesloten op het Leidse Politiebureau aan de Zonneveldstraat. Via Vught worden Nathan en Meijer naar Auschwitz gedeporteerd. Meijer en Nathan komen om in Auschwitz op 31 januari 1944. Meijer’s niet-joodse vrouw en kinderen overleven de oorlog.

Meijer van Kleeff (de man op de foto alleen), Vrouw van Meijer van Kleeff foto +/- 1937, Kinderen van Meijer van Kleeff en Emma Bertha Frieda van Kleeff-Helmecke. Uit privé-bezit van Arthur van Kleef.

Alle rechten voorbehouden