Zoeterwoudsesingel 8, Leiden

4 mei 2019

13.00 uur

Hier woont Mettie Lahr-Kleinkramer Aribo (1941). Mettie en haar zus Rosy overleefden samen met een neefje dankzij hun oom Iskar Aribo en zijn vrouw Tine de oorlog in de onderduik. Na de oorlog zijn Mettie en Rosy bij hun oom en tante gebleven. Mettie wordtgeïnterviewd door geschiedenisstudent Friso van Nimwegen.

---

Hier woont Mettie Lahr-Kleinkramer Aribo (1941). Samen met haar zus Rosy en neefje Tommy heeft Mettie in de oorlog ondergedoken gezeten op verschillende adressen, onder andere aan de Witte Singel in Leiden. Mettie en Rosy werden gescheiden van hun ouders, die door verraad de oorlog niet hebben overleefd. De kinderen bleven wel uit de handen van de Duitsers dankzij de inspanningen en bescherming van hun oom, concertpianist Iskar Aribo, en zijn vrouw Tine Aribo-Wind. Hoewel Mettie weinig herinneringen heeft aan de oorlogstijd omdat ze nog zo klein was, heeft de ervaring bij haar onmiskenbare sporen achtergelaten.

Tommy werd na de oorlog teruggebracht naar zijn ouders in Rotterdam, terwijl Mettie en Rosy bij Iskar en Tine zijn gebleven en door hun als ouders zijn opgevoed. Die kozen ervoor de kinderen een normale jeugd te geven en ze niet te vertellen dat zij niet hun echte ouders waren. Pas als tieners kregen Mettie en Rosy het ware verhaal te horen. Ook daarna werd over de oorlog nauwelijks gepraat in het gezin. Op 4 mei 2018 vertelde Mettie in het kader van Open Joodse Huizen voor het eerst haar verhaal in het openbaar.

Friso van Nimwegen, masterstudent Geschiedenis in Leiden, interviewt Mettie over de oorlog en de blijvende invloed die die heeft gehad op haar leven.

 

Bron: privébezit

 

Alle rechten voorbehouden