Bakenessergracht 46b Haarlem

4 mei 2019

12.00 en 16.00 uur

Hier woonden Rabbijn Simon Philip de Vries en Judith de Vries-de Jong met hun kinderen van 1897 tot 1938. Het woonhuis was een belangrijke ontmoetingsplaats voor veel joden. Kleindochter Tamar Walma van der Molen-de Vries vertelt over het leven en het werk van haar familie.

---

Rabbijn Simon Philip de Vries (1870-1944) leidde van 1897 tot 1938 op dit adres een druk leven met zijn gezin. Het woonhuis groeide uit tot een belangrijke ontmoetingsplaats, een bron van kennisoverdracht, inspiratie en spiritualiteit voor vele joden. In dit voormalig woonhuis vertelt kleindochter Tamar Walma van der Molen-de Vries op zaterdag 4 mei om 12.00 uur en 16.00 uur over het leven en werk van haar grootouders Simon en Judith de Vries-de Jong en hun kinderen.

Het woonhuis was een samenvoeging van twee huizen, thans nr 46A (rechts) en 46B (links). De begane grond en eerste verdieping van beide huizen waren met elkaar verbonden. In het huis nu nr. 46B bevond zich – naar wij aannemen – op de begane vloer vóór de huiskamer en achterin de pronkkamer met pluchen meubelen.

In het huis nu nr. 46A bevond zich vermoedelijk beneden aan de voorzijde een klein studeervertrek en achterin een flinke keuken. Het studeervertrek was ongetwijfeld een belangrijke plaats. Waarschijnlijk schreef De Vries hier de twee beroemde boeken over joodse riten en symbolen. Nu fungeert deze ruimte als een vestibule. Inpandig was hier bovendien een pakhuis (o.a. aardappelhandel geweest) dat in de jaren '90 deels is gesloopt. De vrijgekomen ruimte (mede doordat tussenmuren zijn weggehaald) stelt de huidige bewoners van nr. 46A in staat op 4 mei een flink aantal mensen te ontvangen.

Naar verluidt bruiste het huis van activiteiten – er kwamen veel bezoekers, er werd kennis overgedragen, inspiratie opgedaan en er werden spirituele ervaringen beleefd. De maaltijden en de gastvrijheid van Judith (‘Grietje’) de Vries-de Jong waren vermaard. De oude details zijn weliswaar verloren gegaan maar de tegels van de schouw waar Grietje maaltijden bereidde zitten er nog.

Al voor de razzia’s verhuisden zij in 1940 naar een kleine woning aan de Wielingenstraat in Amsterdam. In 1943 werden ze weggevoerd naar Westerbork en vervolgens in 1944 naar Bergen-Belsen getransporteerd. Judith de Vries, die leed aan suikerziekte, overlijdt snel na aankomst. Kort daarop wordt  Simon Philip de Vries ernstig ziek en bezwijkt.

Van hun in totaal negen kinderen overleed de eerstgeborene al kort na geboorte. De oudste zoon overleed in 1920. Van de overige zeven kinderen overleven er vijf de holocaust; ook elf kleinkinderen blijven in leven.

Gevelsteen

Op de Bakenessergracht nummer 46 herinnert een gevelsteen ons eraan dat rabbijn de Vries hier woonde. Over hem schreef Saul van Messel (Jaap Meijer, 1912-1993) het volgende gedicht:

 

Bakenessergracht 46

 

Volk van het boek – lees ik

op denkbeeldige gevelsteen:

tijd waar ging je

met ons heen

hier woonde en werkte

rabbijn s.ph. de vries

met wie ik

in westerbork tora leerde

in bergen-belsen

over het zionisme discussieerde

waar hij 73 jaar oud

krepeerde

hier schreef hij

lang voor de gaskamers van polen

zijn onlangs weer herdrukte

joodse riten en symbolen

 

Toelichting: Jaap Meijer werkte in 1941-1943 als leraar aan het Joods Lyceum in Amsterdam en had onder anderen Anne Frank in de klas. Meijer overleefde met zijn vrouw Liesje Voet en zoon Ischa Meijer het concentratiekamp Bergen-Belsen.

 

Foto: privécollectie via Joods monument

Alle rechten voorbehouden