Spaarnhovenstraat 2A, Haarlem

4 mei 2019

10.00 en 12.00 uur

foto uit de privécollectie van A. Adelaar

Ab Adelaar woonde hier als klein jongetje met zijn ouders en twee broertjes. Zijn joodse moeder Esje was voor haar man katholiek geworden. De Duitsers beschouwden haar toch als joods en zij en haar kinderen moesten onderduiken. Ab vertelt hoe dat was.

---

Bij het begin van de oorlog woonde Jan Adelaar, zijn vrouw Esje Adelaar-de Vries en hun drie zoontjes op het adres Spaarnhovenstraat 2A. Een katholiek gezin, want Esje de Vries was voor haar huwelijk met Jan Adelaar katholiek geworden.

Na de bezetting van Nederland door de Duitsers moest Esje zich, ondanks haar katholieke doop, in februari 1941 bij de gemeente als Joods melden, net als haar drie kinderen.  Twee jaar later, februari 1943, kwam de kennisgeving dat het gezin Haarlem moest verlaten en naar Amsterdam moest verhuizen.  Dat was het moment dat Esje en haar vier kinderen, er was nog een zusje geboren, ondergedoken zijn.  En net op tijd, want in het huis in Amsterdam waar ze zouden moeten gaan wonen werd kort daarna een inval gedaan.

De kinderen kwamen terecht op verschillende adressen. Ze verhuisden regelmatig. Moeder Esje duikt even onder, onder andere bij haar schoonouders in hun huis op de hoek van de Kruisweg en de Nieuwe Gracht. Het gezin slaagde er ondanks alle spanning in om ook leuke dingen te doen, zo gaan ze een dagje naar Artis! Voor Esje heeft Jan een persoonsbewijs, dat hij op de zwarte markt heeft gekocht, zo bewerkt dat de foto en de vingerafdruk van Esje erop staan. Het gaat allemaal goed en er zijn vrolijke foto’s van.

Met de vader van Esje, Ab de Vries en zijn tweede vrouw Meintje de Vries-Koe en veel van hun familieleden ging het minder goed. Zij zijn opgepakt en via Westerbork naar Auschwitz gestuurd, waar ze zijn overleden. Jan Adelaar was “vrij” man en kon reizen. Hij ging op bezoek in Drenthe en kon pakjes verzorgen voor de mensen die daar zaten.

Tijdens de onderduik en kort daarna weer bij haar schoonouders kreeg Esje een baby, ook een meisje. Vader deed na lang aarzelen aangifte van deze geboorte bij de gemeente. Hij had het zo uitgekozen dat hij een “goede” ambtenaar zou treffen, de heer Van Kampen. Alles ging goed en op deze manier kon de baby voedselbonnen krijgen, maar toen sloeg het noodlot toe. De naam Adelaar viel op in het stadhuis en een jongeman zei (hopelijk zonder bijbedoelingen) dat meneer Adelaar zojuist op het stadhuis was om aangifte te doen van een geboorte. Als straf werden Opa Adelaar en de ambtenaar van de burgerlijke stand naar het strafkamp Vught gestuurd, waar Opa Adelaar het erg slecht heeft gehad. Na negen maanden is Opa Adelaar ter gelegenheid van de verjaardag van Hitler vrijgelaten.  Ook de heer Van Kampen heeft de oorlog overleefd.

In de woning van Opa en Oma Adelaar werd naarstig gezocht naar de moeder van de baby. Zij zat verstopt in een benauwde ruimte tussen plafond en vloer van de volgende verdieping met haar astma en net uit het kraambed. Gelukkig werd zij niet gevonden.

Het hele gezin Adelaar heeft de oorlog overleefd. Zoon Ab is zich gaan verdiepen in de geschiedenis van zijn familie en vertelt zijn verhaal in zijn geboortehuis.

 

Bron: foto uit de privécollectie van A. Adelaar

Alle rechten voorbehouden