Gasthuisstraat 10, Steenwijk

3 mei 2019

14.00 en 15.00 uur

Hijman Vrieslander was vanaf 1939 voorganger van de Joodse Gemeente in Steenwijk. In datzelfde jaar trouwde hij met Carolina Cohen. In april 1940 werd hun dochter Mirjam geboren en in maart 1941 hun zoontje Daniël. Hij was het enige joodse kind dat tijdens de oorlog in Steenwijk ter wereld kwam. Hijman bleef zijn taken, waaronder het geven van godsdienstlessen, uitoefenen. Hij vond in meester Meij, het hoofd van de school in Kalenberg, een geestverwant. Adriaan, de zoon van de hoofd­onder­wijzer, speelde met Mirjam als de familie Vrieslander vanuit Steenwijk op de fiets naar Kalenberg kwam. De familie Vrieslander kon niet onderduiken en werd vermoord in Sobibor. Na de oorlog vroeg Adriaan Meij zich af wat er met Mirjam was gebeurd. Vandaag vertelt hij over zijn zoektocht naar haar. 

Op het Gedenkteken voor de Joodse Steen-wijkers worden Hijman, Carolina, Mirjam en Daniël Vrieslander herdacht. Foto: Wieske Veldhuis

Hijman moest in februari zijn vrouw, dochtertje en zichzelf als joods laten registreren. Daniël werd de dag na zijn geboorte aangemeld. Foto: Archief Gemeente Steenwijkerland

Op 7 december 2016 zijn hier vier stenen gelegd. Ze zijn geadopteerd door de Sint Clemensschool, de Bernhardschool en de Beatrixschool en door Harma B. Prinsen de Vroome, die sprak bij de steenlegging.

 

In december 2018 werden bij de woning van de Familie Vrieslander Stolpersteine gelegd. Foto: Harma B. Prinsen- de Vroome

 

Hijman Pinus Vrieslander, geboren in Amsterdam, werd in maart 1939 geïnstalleerd als secretaris en voorganger van de Israëlitische gemeente in Steenwijk. Hij was toen pas 25 jaar en hij studeerde nog om zijn opleiding als rabbijn te voltooien. Hij ging voor in de sjoel, gaf godsdienst­onderwijs en hij verrichtte rituele slachtingen.

De panden 10-12 en 14-16 zijn samengevoegd en in gebruik van Bloemisterij Gaal. Pand 14-16 bestond uit twee woon­huizen. Het is lang eigendom geweest van de Ned. Israëlitische Gemeente Steenwijk. Op de beneden­verdieping (nu nr.14, in de oorlog nr. 12) woonden tussen 1900 en 1930 Joodse voorgangers. Toen Hijman Vrieslander in juni ‘39 trouwde met Carolina Cohen uit Oldenzaal, konden zij zich vestigen in deze woning Op 14 april 1940 werd hun eerste kind geboren. Zij kreeg de namen Mirjam Selomith. De zeldzame tweede naam Selomith is verwant aan shalom , het Hebreeuwse woord voor vrede. Enkele weken later was Nederland bezet.

In februari 1941 moesten Joden zich op het gemeentehuis laten registreren. Nauwgezet werd dit bijge­houden. H.P Vrieslander  kreeg op 19 februari een kwitantie voor de 3 gulden die hij

Ex Libris van Hijman Vrieslander. Foto: Adriaan Meij

betaalde voor de registratiebewijzen voor zijn gezin.  Op 10 maart 1942 werd hun zoon Daniël Immanoeël geboren. Voor dit laatste Joodse kind dat tijdens de oorlog in Steenwijk is geboren werd op 11maart een registratiebewijs afgegeven.

Hijman en Carolina probeerden ondanks alle dreiging door te gaan met hun leven. Zij fietsten naar Kalen­berg, waar Hijman in het schoolhoofd een geestverwant vond. Soms, als de spanning in Steenwijk toenam, bleef het gezin Vrieslander er logeren. Daar onderduiken was geen optie, omdat het onderwijzers­gezin door de NSB in de gaten werd gehouden.

In de synagoge aan de Gasthuispoort was Hijman Vrieslander voorganger. Foto: collectie Harma B. Prinsen- de Vroome

Hijman bleef plichtgetrouw zijn taken uitvoeren. Omdat Wolvega de enige plaats was waar nog onder rabbinaal toezicht geslacht mocht worden, ging hij daar op de fiets heen. Hij was vertegenwoordiger van de Joodsche Raad. Het kantoor van de Raad was op dit adres gevestigd. Ook werden hier vanaf mei 1942 kleermakerscursussen gegeven voor Joodse mannen die uit overheidsdienst waren ontslagen of van wie het bedrijf door de Duitsers was gevorderd. De cursussen duurden tot juli ’42 toen de Joodse mannen naar de werkkampen moesten. Ondanks zijn functie als contactpersoon van de Joodsche Raad ontkwam Hijman niet aan tewerkstelling. In de vergadering van het kerkbestuur op 9 augustus 1942 deelde Hijman mee dat hij naar een kamp moest. De volgende dag werd hij uit zijn huis gehaald en op transport naar Ruinen gezet. Weer een dag later is hij doorgestuurd naar Westerbork.

Onder de verzachtende term “gezinshereniging” volgden Carolina, Mirjam en Daniel korte tijd later. Zij bleven 8 maanden in Westerbork. Op 18 mei 1943 werden zij op transport gesteld naar Sobibor, waar zij drie dagen later zijn omgebracht. Hijman was 30, Carolina 29, Mirjam 3 en Daniël 2 jaar.

In het bevolkingsregister van de gemeente Steenwijk wordt de familie Vrieslander vermeld in de lijst van vermisten. Foto: Archief Gemeente Steenwijkerland

Alle rechten voorbehouden