Noordersingel 12, Steenwijk

3 mei

15.00 en 16.00 uur

Ja’akov, Jochebed, Yemima, Jaël en Batja (Beckel) Adler in december 1949.
(Foto Familie Adler)

Emma was de dochter van Wolfgang Stokvis die 44 jaar voorganger was van de Joodse Gemeente in Steenwijk. Zij trouwde met Herman Culp en kreeg met hem dochter Martha en zoon Wolf. Na de dood van haar echtgenoot hertrouwde Emma met Abraham Reindorp. Abraham, Emma en de kinderen werden vermoord door de nazi’s. Na de bevrijding woonde de joodse familie Adler enige tijd op dit adres. Klaas de Jong, voorzitter van de Stichting Stolpersteine Steenwijk en uitgever van het boek Van Droefheid naar Vreugde door Ja’akov Adler, vertelt over de droevige, maar ook vreugdevolle geschiedenis van dit huis.

Wolfgang Stokvis (1849-1938) was tussen 1885 en 1938 de geliefde voorganger van de Steenwijker Joodse Gemeente. Foto uit de nalatenschap van Harrie Kan

Emma Reindorp – Stokvis was lerares nuttige handwerken. Dochter Martha was zeer muzikaal, zij gaf muziekles en speelde piano bij de danslessen van Jan de Vos (Jean le Renard). Herman Culp stierf in 1926 en in 1935 hertrouwde Emma met Abraham Reindorp, die vertegen­woordiger was. Zij ontwierpen deze ruime woning aan de Noordersingel, waar ook Emma’s vader en dochter  konden wonen.

Emma zat in het bestuur van de bibliotheek. Toen de Joodse bibliothecaresse werd ontslagen en voor Emma ontheffing uit haar functie dreigde, hield ze de eer aan zichzelf en legde ze haar bestuursfunctie neer. Twee medebestuursleden bedankten hierom ook voor hun functie.

Abraham werd in juli 1942 opgeroepen voor Kamp Conrad, een werkkamp voor Joodse mannen. Op 3 oktober werden de mannen die daar verbleven vervoerd naar Westerbork en onder het mom van “gezinshereniging” werd Emma uit haar huis gehaald en ook  naar Westerbork overgebracht. Twee dagen later gingen Emma en Abraham op transport naar Auschwitz, waar zij op 8 oktober zijn omgebracht. Emma werd 63 jaar, Abraham 64.

Martha, de dochter van Emma, werkte sinds 1938 in het Pedagogium Agisomog van het Apeldoornsche Bosch. Ze was 37 jaar oud, toen ze in Auschwitz werd vermoord. Haar broer Wolf die matrassenfabrikant in Eindhoven was stierf in 1944 met zijn vrouw Flora  op een onbekende plaats in Midden-Europa. Ook de beide kinderen van Abraham zijn vermoord. De enige overlevende van deze beide families was Herman Culp, de zoon van Wolf Culp.

Bij woning aan de Noordersingel zijn in 2017 Stolpersteine gelegd voor van Abraham en Emma Reindorp. Foto: Wieske Veldhuis

Foto: Wieske Veldhuis

Nadat de bezetter was vertrokken en bleek dat Abraham en Emma niet terug zouden komen, werd de woning verhuurd aan Jacques en Betsy Adler-de Leeuw. Zij hadden de oorlog op meerdere onder­duikadressen in Steenwijk en omgeving overleefd. Hun dochtertje Jacqueline werd in de onderduik geboren. Jacques’ ouders konden ook in dit gebied onderduiken. David, de vader  van Jacques, werd bij een razzia opgepakt en gefusilleerd. Zijn moeder overleefde en kwam bij haar zoon en schoondochter wonen. Zij stierf in februari 1946 in dit huis aan de Noordersingel.

Jacques Adler met zijn ouders. De foto werd voor de oorlog gemaakt voor zij Duitsland ontvluchtten. In Amsterdam voltooide Jacques zijn studie medicijnen. Foto: Familie Adler

Nettie de Lange, de onderwijzeres aan de Fröbelschool die samen met Jacques had ondergedoken gezeten bij de Familie van Stapele aan de Meppelerweg, woonde in bij Jacques en Betsy. Zij was de enige overlevende van haar gezin. Haar ouders, twee broers en twee zussen werden slachtoffer van de nazi’s.

In mei 1946 was er weer vreugde in dit huis toen Berthe Yemima, de tweede dochter van Jacques en Betsy, werd geboren.

Betsy de Leeuw met haar zussen Lenny en Gonnie. Foto: Familie Adler

Jacques en Betsy Adler, emigreerden met hun drie dochters naar Israël. Hun namen verander­den ze in Hebreeuwse namen: Ja’akov, Batja (Beckel), Jaël, Yemima en Jochebed.

In 1991 schreef Ja’akov Adler zijn herinneringen op in het Ivriet. Zijn memoires beginnen in München op het  moment dat Hitler in 1933 aan de macht kwam en eindigen op 16 februari in Haifa als de Familie Adler juist aan land is gegaan in de nieuwe staat Israël.

Hij beschrijft de wreedheid van de nazi’s, maar ook de onvoorstelbare moed en medemenselijk­heid van de velen die het mogelijk maakten dat hij, zijn vrouw Beckel, zijn moeder en zijn dochtertje  Jaël de oorlog overleefden. Zijn bijzondere verhaal is in het Nederlands vertaald en in 2019 verschenen onder de titel Van droefheid naar vreugde. Ja’akov verweeft in dit boek de gebeurtenissen in zijn persoonlijk leven met de historische feiten uit die periode.

Klaas de Jong die de Nederlandse publicatie heeft uitgegeven vertelt op dit adres over de families Reindorp, Culp, Stokvis en Adler.

De omslag van het boek dat Ja’akov Adler schreef en waarin hij ook de droefheid en vreugde in dit Opeen Joodse Huis beschreef.

Alle rechten voorbehouden